Het is de herfst van 1995, ik ben 20 jaar. Voor het eerst in mijn leven, vlieg ik naar een warme vakantiebestemming. Dat maakt deze Gran Canaria-vakantie best spannend. Het toestel taxiet richting de startbaan. Vader en zusje zitten in de stoelen naast me. Ik probeer me te ontspannen en rommel in mijn groene Eastpak-rugzak. Ik voel het apparaatje, ik voel het kronkelende snoer met de ronde knoppen aan het eind.
Mijn walkman is plat en klein en licht en duur. Het is een Sony WM-EX502. Naast een geweldig geluid, beschikt het apparaat over een handige automatische reverse-functie zodat je na Kant A direct ook Kant B gaat horen zonder het bandje om te draaien. Op de smalle zijkant van de walkman, zit een hold-schuifje. Als je die inschakelt, werken alle andere knopjes niet meer. Zo kan de muziek in principe altijd blijven spelen. Wel zo handig.
Het apparaat bestaat uit een stevige, sobere behuizing. De voorkant heeft, naast het zilveren logo, enkel een piepklein venstertje dat visueel contact maakt met de twee spoelen van de tape. Op de achterkant is de typeaanduiding geprint. Daar prijken eveneens drie piepkleine, veelzeggende schakelaartjes: Megabass, Dolby Nr. en Tape-voorkeur.
De oordopjes zijn ook bovengemiddeld duur. Mijn idee? Als je een muzikaal afspeelapparaat minimaal een kwart van de dag gebruikt, dan moet het geluid dus nagenoeg perfect zijn. Logisch dat er het nodige geld van mijn weekendbaan in gestoken is. Je kunt deze Sony walkman in deze periode van mijn leven dus zonder overdrijven m’n meest kostbare bezit kunnen noemen.
Ik pak de tape en schuif deze in het exact passende ijzeren framewerk dat aan het klepje geschroefd is. Vervolgens klik ik het klepje zachtjes dicht. Het (soft touch) play-knopje wordt ingedrukt. Het piepje klinkt via de oordopjes in mijn oren. De holdfunctie wordt op ‘aan’ geschoven. Het vliegtuig stijgt op, de walkman zoemt. Na een paar seconden start de muziek. Frivole pianoklanken van hoop, dansen via de koptelefoon mijn gehoorgang in. Ik sluit m’n ogen en geniet. Dit doe ik al voor de zoveelste keer sinds ik dit album op cd aanschafte. De twee TDK SAX-cassettes waarop het dubbelalbum verspreid staat, draaien overuren. Niet alleen in het vliegtuig, maar ook de dagen daarna. Aan het zwembad, op het strand, in de excursie-bus en in mijn bed. Het wordt mijn soundtrack van onze Gran Canaria-vakantie.
Wat ik tijdens deze bijzondere vakantie concludeer? Dit pas uitgekomen dubbelalbum gaat minimaal in de Top 3 van bij mijn persoonlijke jaarlijstje belanden. De geweldige composities zijn zeer uiteenlopend en veelzijdig. Het gaat van fluweelzacht naar snoeihard. Van zuchtliedjes naar rauwe rock. Maar bovenal voel ik woord voor woord waar de songwriter het over heeft. Teksten over het einde van een onbezorgde jeugd. Over emotionele achtbanen. Over verdriet en melancholie. Over angst, depressie, frustratie. Over worstelingen, maar ook over de hoop dat het leven uiteindelijk ooit weer verbetert na een immense leegte van geestelijke pijn en duisternis.
Kortom: de impact van deze 28 liedjes is groot. Het zou goed kunnen dat dit komt door wat we de maanden daarvoor als gezin meegemaakt hebben. Dat was intens verdrietig. Tegenwoordig zou je daar best voor in therapie kunnen gaan. In 1995 stond één keer naar dit album luisteren, gelijk met een sessie op de behandelsofa en was de songwriter mijn therapeut.
Mellon Collie And The Infinite Sadness was het derde album van de Amerikaanse band The Smashing Pumpkins. Later dat jaar werd dit album de onbetwiste nummer 1 van mijn persoonlijke muzikale Top 3 van 1995.
Nu, ruim dertig jaar later, grijp ik nog regelmatig terug naar deze trits impactvolle songs. Mijn Sony WM-EX502 is inmiddels overleden, maar het album blijft voor altijd bij mijn meest intense muzikale herinneringen horen. Vandaag nog; 28 liedjes lang. ‘t Was wederom een geslaagde muzikale therapiesessie…

The Smashing Pumpkins – Mellon Collie And The Infinite Sadness