“Ik weet van veel onderwerpen niets, maar van appels weet ik wel het één en ander. Ik ben wel een appelman, ja. In Oene ben ik ook wel bekend als ‘De Appelnötte’.” Henk Nooteboom uit Oene lacht uitbundig als hij zijn enorme kennis over dit ene onderwerp, na een interview van ruim 1,5 uur probeert te devalueren. Toch blijkt uit het interessante gesprek dat hij zo’n twee jaar geleden niet voor niets voor zichzelf begonnen is met een fruitboomadviesbureau (Fruit Tree Consultancy, red.).
Henk zit al decennia middenin het fruit. Zijn ouders hadden een fruitbedrijf, daarna bestierde Henk samen met zijn vrouw Mia ook een fruitbedrijf aan de andere kant van Oene. Inmiddels werkt hij al meer dan vijfentwintig jaar voor diverse organisaties. Sinds een kleine twee jaar leent hij zich dus uit als zzp’er. Henk helpt mee bij de ontwikkeling van veredelingsprogramma’s. Hij begeleidt belangrijke (groei)projecten bij fruitboomkwekerijen en hij adviseert fruittelers gedurende het teeltseizoen bij het nemen van de juiste ‘teelttechnische’ beslissingen rondom snoei, bloei en oogst en over het telen van de juiste appelrassen op een bepaalde plek. Verder geeft Henk presentaties en organiseert hij groepsreizen over bijvoorbeeld teeltactualiteiten en ontwikkelingen in alle teeltgebieden in Europa. “Ja, mensen kennen me her en der wel, ja.”
Dan bedoelt hij niet alleen het dorp waarin hij opgroeide en waar zijn ouders ooit jarenlang een fruitbedrijf bestierden. Dan bedoelt hij landelijk, ja zelfs Europees. “Het wereldje is klein. Als je jouw hoofd boven het maaiveld uitsteekt, dan val je al snel op.”

Kanzi-appel
Iets meer over zo’n veredelingsprogramma. Er zijn vele oorspronkelijke appelrassen zoals Elstar, Breaburn, Jonagold of Gala. Door deze rassen te kruisen ontstaan er nieuwe appelrassen die beter smaken en beter houdbaar zijn. Deze soorten worden vaak conceptmatig op de markt gebracht en wereldwijd geteeld. De Kanzi-appel is daar een voorbeeld van. Deze appel kwam uit een kruising van een Gala en een Braeburn. De appel is ooit in de Belgische universiteit in Leuven ontwikkeld, Henk hielp mee om die nieuwe appel in de markt te zetten. Inmiddels is de Kanzi de concept-appel die, na Pink Lady, wereldwijd het meest gegeten wordt. “Alleen in Nederland wordt er jaarlijks meer dan 20 miljoen kilo van deze soort verkocht.”
Om fruitbomen (naast appels, weet Henk ook veel over peren) sterker te maken en goed te beschermen tegen ziektes, worden de bomen geënt. “Je gebruikt dan een onderstam waar je zelf een nieuwe tak (ent) op bevestigt. Als die tak begint te groeien, dan komen er dezelfde appels of peren aan als aan de moederboom waar de tak ooit afgehaald is. Geënte bomen kunnen vaak beter tegen ziektes door de specifieke resistenties tegen ziektes die van nature in verschillende onderstamtypen zitten. Mooi hoe de natuur werkt, hè? Daarbij is er veel minder stikstof (lees: kunstmest) nodig om groei te bewerkstelligen.”
Kunstmest
Natuurlijk, kunstmest is ooit met een logische reden op de markt gekomen, aldus ‘de appelman’. “In het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog hebben veel mensen in Nederland honger geleden. De overheid wilde dat dit nooit meer gebeurde. Daarom werd kunstmest geïntroduceerd. Zodat boeren er alles aan kunnen doen om altijd te produceren.” Op veel plekken kwam een overschot van producten waardoor export steeds belangrijk geworden is. Maar inmiddels is de wereld veranderd. Want, zo vindt Henk, in Nederland moet je niet produceren om het produceren. “Maar je moet produceren om te voldoen aan de vraag. Dat zorgt voor veel minder verlies en uiteindelijk voor veel meer opbrengst bij telers. Dat moet ook, want deze sector staat onder druk. Veertig jaar geleden waren er meer dan 4.000 fruittelers in Nederland. Daar zijn er nu geen duizend meer van over. Optimalisatie is het toverwoord.”
Geen traditionele boomgaarden meer maar boomgaarden met haagbeplanting
Daarom worden appelbomen en perenbomen tegenwoordig ook in hagen geplant. Henk laat het me zien bij het bedrijf Bio Bosgoed in Veessen. “De boomgaarden van vroeger zijn voorbij. Door appelbomen tweedimensionaal in een haag te planten, kun je veel sneller plukken. We staan hier in de IJsselstreek, het oudste fruitteeltgebied in Nederland met mooie vruchtbare gronden achter de dijk. Ideaal voor het telen van topfruit. Bedrijven zoals Bio Bosgoed doen er dus alles aan om te optimaliseren.” Ze denken goed na over de rassen die ze verkopen en over de bestrijdingsmiddelen die ze gebruiken, aldus Henk. “Het bedrijf van Arnold en Jacoliene is niet voor niets omgeschakeld naar het biologisch telen van fruit. Ik voel mij ontzettend vereerd dat ik hier aan meegeholpen heb. We staan hier weliswaar in het oudste fruitteeltgebied van Nederland. Maar dit is wel één van de meest moderne bio-fruitbedrijven van Europa.” De volgende slag is dat appels en peren bij Nederlandse fruitbedrijven geplukt met een robot. Dat duurt misschien nog een jaar of vijf, maar het gaat onherroepelijk gebeuren, voorspelt de Oenenaar.
Driehoeksenten
Over robots gesproken. Die worden ook op andere plekken in de keten ingezet. Dat enten doet men nu veelal nog met de hand, aldus Henk. Er zijn verschillende manieren om te enten. De simpele manier van enten is dat je de tak en de onderstam schuin afsnijdt en met behulp van tape tegen elkaar aan drukt. “Dat lukt op zich prima, maar de veredelingsplek is wel altijd de meest kwetsbare plek in de stam. Na jaren kan er een breuklijn optreden door deze veredelingsplek waardoor de boom niet meer groeit of in het ergste geval daarop afbreekt, zo blijkt uit onderzoek. Dingen moeten logisch zijn. Als dat niet zo is, dan moet je ze logischer maken.”
Enten kan dus op een veel betere manier. Dat noemen ze driehoeksenten. Henk kan dat zelf ook. “Dat lukt niet zo maar. Je moet het mes op een bepaalde manier op de tak plaatsen. Daar moet je echt een slag in ontwikkelen.” Henk verdiepte zich zelfs in de literatuur om dat op een zo goed mogelijke manier te leren. “Ik vond informatie uit de jaren dertig. Toen gebeurde dat enten in een driehoeksvorm al. Mijn opa deed dat vroeger ook al zo, herinner ik me. Je kunt de onderstam en de ent zo naadloos in elkaar schuiven. De boom groeit daardoor veel beter, heeft minder stress en is minder vatbaar voor ziektes dan een traditioneel geënte boom. Daarbij blijkt uiteindelijk dat de entplek bij driehoeksenting bijna niet meer zichtbaar is. De boom blijft dus veel steviger en leeft, in verhouding, langer.”
Entrobot van Horti Robotics zorgt voor revolutie in fruitwereld
De volgende stap bij die traditionele driehoeksenting is dat je dit ook door een robot laat doen. Ook daar deelt Henk zijn kennis. “Ik ben ooit in contact gekomen met een bedrijf (Horti Robotics uit Opheusden) dat robots bouwt. Samen proberen we in Europa (en later dus ook in de wereld) een entrobot op de markt te zetten. Daar werken we nu een paar jaar aan. Zij doen de techniek, ik help mee om, door middel van mijn vele contacten in de mondiale fruitwereld, de robot in de markt te zetten. De entrobot ent dus op mijn opa’s wijze, zo is de cirkel weer rond.” Bij deze entverbinding is er zelfs maar een derde van de hoeveelheid stikstof nodig is bij de opkweek van de geënte boom, weet Henk. “De eerste reeks appel- en perenbomen door de robot geënt zijn inmiddels geplant. De resultaten zijn verbluffend. We hebben hiermee op een internationale beurs in Italië gestaan en er zijn inmiddels enkele robots in bestelling. Dat gaat de volgende stap worden in de fruitwereld. Nou ja, stap. Zeg maar gerust revolutie. Om nieuwe en goede fruitrassen te kweken zijn gezonde bomen nodig. Een entrobot helpt daarbij, want dit zorgt in de totale keten voor meer omzet. Niet alleen bij de boomkwekers, maar ook bij de fruittelers. Ik vind het geweldig om daar mijn steentje aan bij te dragen!”
(Dit verhaal is deze week (in verkorte versie) verschenen in Nieuwsblad Schaapskooi)