Foto Met Een Verhaal: ‘Lucky in Las Vegas?’

Ik heb een zwak voor gokken. Zo, dat is er alvast uit. Ik weet ook dat ik verslavingsgevoelig ben, dus ik moet zeer goed opletten dat ‘t gokgebeuren niet uit de hand loopt. Een bezoek aan dé gokstad van de wereld leverde bij mij dus een zeer interessante tweestrijd op… Dé hamvraag: werd het een lucky Las Vegas?

Vroeger, tijdens mijn studententijd wilde ik nog wel eens wat geld in een gokkast gooien. Natuurlijk weet ik heel mijn leven al dat die gokkasten alleen maar aan jou verdienen, maar 100 gulden extra winnen bovenop je ‘Stufi’, tja, dat gokje wilde ik indertijd af en toe best wel eens wagen. Vrijwel altijd met een dieptriest resultaat, overigens…

Inmiddels denk ik hier dus ook wat anders over. De wijsheid komt met de jaren, zeg maar. Een eurootje in een gokkast prima, maar briefgeld wisselen, terwijl ik op de Foe Yong Hai bij de plaatselijke Chinese afhaal aan het wachten ben? Nee, dat zal ik niet meer doen. Inmiddels denk ik namelijk toch wat anders over geld uitgeven in het algemeen en gokken in het bijzonder. De kans dat je een maandelijkse loterij wint, is namelijk ook verwaarloosbaar. Wat wél leuk is om dan te constateren? Al die jaren dat ik daar niet aan meedeed, hebben me veel geld opgeleverd.

Af en toe laat ik me trouwens nog wel eens verleiden tot het bezoekje aan een casino. Daarbij houd ik één belangwekkende regel in ogenschouw: vergok niet meer dan er in je portemonnee zit. Als ik voordien bepaal dat dit 50 euro is, dan zal je mij niet zien ‘bijpinnen’. Dat levert steevast hele gekke avonden op. Zo kan het zijn dat ik urenlang met die fiches speel. Ze dus ook per stuk inzet bij de roulettetafel. Zeer gereserveerd. Misschien omdat ik de waarde van geld meer inzie. Misschien ook wel om er zo lang mogelijk van te genieten.

Neem die avond in Las Vegas. Natuurlijk moest en zou ik daar een casino bezoeken. Mijn vrouw weet inmiddels dat die avonden met mijn oersaai en ellenlang zijn, dus zij bleef samen met zoonlief op de hotelkamer.

Ik greep 100 dollar uit mijn portemonnee en begaf me naar het overdekte winkelcentrum ‘Grand Canal Shoppes’. Vrij willekeurig volgde ik mijn hart naar de plek waar ik mijn ‘lucky night’ ging beleven. Ik had voorafgaand aan onze reis langs de westkust van de VS natuurlijk wel tegen vrienden en familie gezegd dat er in Vegas ‘even wat geld verdiend ging worden’. Sterker; ik maakte dan ook meteen even de grap dat dit de reden was om te beginnen in Las Vegas: zo konden we de rest van de vakantie bij elkaar verdienen…

Goed. Ik wandelde een casino annex hotel binnen en wurmde me langs de tientallen rijen met blinkende slotmachines. Grrr, die verrekte eenarmige bandieten; daar was ik niet voor gekomen. Ik wilde een avondje lekker gereserveerd roulette spelen. Na wat gezoek ging ik zitten en had vrijwel meteen spijt. Het bleek een vrij rumoerige tafel waar veel van de spelers al enigszins beschonken om heen hingen. Toch maar wisselen. Ik gaf de croupier de coupure met de afbeelding van Benjamin Franklin en wachtte op mijn fiches.

Daar ging het al fout. Meneer wilde mijn ID zien. Okay, prima. Ik zie er volgens mij ‘best wel wat’ ouder uit dan 21. Maar goed dit zijn de regels. Ik heb alleen mijn rijbewijs bij me. Dat was geen probleem, zo meldt hij. Hij keek er in. En nog eens. Hij wachtte minuten lang. Het spel ging verder. Mijn irritatie groeide. Ik meldde hem dat ik 100 dollar had die ik graag aan deze tafel, in dit casino kapot wil slaan. Wist hij veel dat ik daar vervolgens een hele avond over doe? Hij twijfelde. Hij weifelde. Hij riep z’n superieuren.

Net op het moment dat ik er klaar mee was, pakte de croupier mijn bankbiljet aan. Hij wisselde het in voor groene fiches. Mijn lievelingskleur. Dát moest goedkomen. Mijn chagrijn verdween als sneeuw voor de zon. Game on.

Om een lang verhaal kort te maken? Mijn stack varieerde als was het mijn eigen hartslaglijn. Van veel naar weinig, naar veel, naar weinig. En dat uren achtereen. Tot het moment dat ik er genoeg van kreeg. Nú moest de klapper vallen. Ik stond op winst, zette al die winst in op rood. Want dit was mijn lucky night. De bal rolde. ‘No more bets, please…’

Zwart.

Alle winst weg. Het was vér na middernacht. Ik wisselde mijn groene fiches in en liep met 100 dollar het casino uit. Bij de hotelkamer gekomen, greep ik mijn camera en begaf me wederom op straat. Nog geen half uur later maakte ik een mooie avondopname. Ik keek op het schermpje van mijn camera en voelde me ineens zielsgelukkig in Las Vegas.

(Dit verhaal is ooit geschreven voor de website USA365)

Foto Met Een Verhaal: ‘Fisheye en Grandview’

De Grand Canyon. Eén van de zeven natuurwereldwonderen en dat is niet voor niets. Een canyon van ruim 440 kilometer lang en ergens tussen de 15 en de 30 kilometer breed. Zo’n kloof waar de Coloradorivier van bovenaf gezien kwetsbaar doorheen meandert als een groen sliertje zeewier. Het is allemaal niet te beseffen. Tót je er zelf bent.

De Grand Canyon is één van de meest gefotografeerde oorden ter wereld. ’t Is niet voor niets één van de plekken die Unesco ooit (in 1979) op de Werelderfgoedlijst zette. Die roem van al dat natuurschoon ervaar je pas wanneer je er bent. Dan namelijk zijn de indrukken volop, dan lopen hersens bijna over van cultureel besef, dan raken geheugenkaarten van fototoestellen en filmcamera’s binnen de kortste keren bomvol.

Natuurlijk zoek je als (amateur)fotograaf altijd naar originele beelden of standpunten. Aan de andere kant ontkom je ook niet aan de zonsondergang bij Hopi Point. Aan dat plaatje van een hangend familielid aan de rand van de parkeerplaats, of aan die ene prachtige opname waar de Colorado ineens Horseshoe Bend genoemd wordt.
Zo ook ik. In tijdsbestek van ruim 8,5 uur maakt ik 280 foto’s. Niet allemaal 100 procent gelukt, maar goed, dat maakt ook niet echt uit. Al die beelden maak je feitelijk maar om één reden: je wilt dat ze er mede voor zorgen dat je herinneringen moeilijker vervagen.

Mede daarom was de dag 18 april 2013 er eentje die met gemak de Top 10 haalt in mijn ranglijst ‘fotografische topsport’. We stopten op zo veel mogelijk plekken, zelfs tijdens het rijden was ik bezig met het zoeken van mooie plekjes voor het maken van mooie plaatjes. Verwoed wisselde ik lenzen of mijn leven er vanaf hing, de loodzware fototas zorgde voor rugpijn.
We begonnen in het Grand Canyon Visitor Center. Daar brachten we de prachtige eerste uren van de dag door. Vervolgens reden we ‘de 64’ af en stopten zo ongeveer bij ieder uitkijkpunt. Zo ook bij Grandview Point. Eveneens een prachtige plek waar ik fotografisch enorm te keer ging. Gezinsleden op de voorgrond, canyon erachter; ik was in mijn element.
Tót ik bedacht dat ik daar ook graag nog even een groothoekopname wilde maken. Ik liep naar de auto, pakte de fototas uit de kofferbak, verwisselde de lens, zette de tas terug, deed de kofferdeksel dicht en… liet de autosleutel van de huurauto in de auto liggen. Deur op slot (bij deze huurauto gingen kofferbak en portieren gescheiden open) en no place to go. Fisheye en camera in mijn hand.

Radeloos klampten we enkele toeristen aan. We spraken zelfs een stel Nederlanders, ze hielpen ons niet. Totdat een ouder echtpaar uit Seattle onze redding bleek. Het uiterst spontane en zeer lieve duo (‘No problem, guys! We’ve got all day!’)  toerden ons naar het Desert View Vistor Center alwaar ze ons trakteerden op koffie (lees: auto op slot, portemonnee in dashboardkastje). Ze zochten met hún mobiele telefoon (lees: auto op slot, telefoon naast portemonnee in dashboardkastje) contact met de maatschappij van onze huurauto en regelden dat er binnen anderhalf uur iemand kwam die onze auto zou openmaken. We kletsten wat af. Totdat ze na meer dan een uur de weg wilden vervolgden naar hun hotel. Ze overnachtten, net als wij, in Tusayan.
Daarna ‘doodde ik de resterende tijd’ door met mijn fisheye-opnames te maken van alles wat ik tegenkwam. Dit werden sowieso originele beelden, zo lachten ik als een boer met kiespijn. Of ik nu wilde of niet.

De Lock Doc (je verzint het niet, toch was dit de welluidende bedrijfsnaam op het witte busje) verscheen na ruim anderhalf uur. Hij pikte ons op en nog geen 20 minuten later had mister Lock Doc met MacGyver-achtige precisie het slot van onze huurauto geopend. Flexibele antenne met haak aan ene kant werd vakkundig tussen deurrubbers gedrukt, haak aan deurklink, deur viel open, alarm ging af: dat werk.

Die avond heb ik naarstig gezocht naar de plek waar onze Seattlefriends overnachtten. Ik vond het hotel, trakteerde hen in de lobby op een mooi glas wijn en gaf hen een kitscherige sleutelhanger met daarop een illustratie van The Grand Canyon. Zodat ze deze dag, net als wij, nooit meer zouden vergeten. Alhoewel: we hebben de foto’s nog, natuurlijk…

 

 

(Dit verhaal is ooit geschreven voor de website USA365)

Foto Met Een Verhaal: ‘Herinneringen van een 7-jarige’

Wat onze 7-jarige zoon zich nog kan herinneren van die illustere Amerikareis uit 2013? Vrij veel zo blijkt ruim twee jaar na dato. En leuker nog: het zijn ook zeer verrassende aspecten van de trip…

Nee, hij heeft het nooit uit zichzelf over M&M’s World in Las Vegas. Het gaat tevens niet vaak over zijn allereerste vliegreis ooit. En over grote gebouwen, dikke auto’s of eindeloze snelwegtripjes hoor je hem ook maar heel weinig.

Toch weet hij nog best een aantal prachtige ‘Amerikanekdotes’ op te lepelen. Over de ‘stinkende zeeleeuwen’ (in Monterey Bay) bijvoorbeeld. Of over die ontmoeting met een aantal brandweerlieden van het korps in San Luis Obispo. Of die grote draaimolen op Pier 39 in San Francisco. Of over die spontane taxirit met twee wildvreemden en over het fietsen over Venice Beach. Hij weet over die laatste gebeurtenis zelfs nog tot in detail te vertellen. Die grote skatersplek met betonnen bulten en een heuse ‘ramp’, waar we langsreden. Al die livemuziek en de kleurrijke kraampjes op de straten. En natuurlijk die toffe cruiser waar hij mee toerde. Maanden daarna moest zijn verjaardagscadeau natuurlijk ook zo’n cruiser zijn. Zelfs de bijbehorende flitsende helm kon niet ontbreken.

Over fietsen gesproken. Hij weet ook nog wel wat mede te delen over die fietstocht in San Francisco. Bij het hippe Blazing Saddles huurden we één tandem en één gewone fiets. Mooi om te zien hoe dat daar gaat bij het uitlenen van die fietsen. In de kelder waar alle fietsen staan, is zelfs een parcours uitgezet waar men kan ‘leren fietsen’. Totdat we meldden dat we uit Nederland komen. Dat leek het letterlijke startschot van onze fietstocht te verspoedigen. Oh, die gasten hebben geen fietsles nodig, want daar doen ze niets anders dan fietsen, zo was in de twinkelende ogen van de Blazing Saddles-medewerkers af te lezen.

Dit alles herinnert onze zoon zich trouwens niet. Hij weet vooral hoe zijn eigen gesteldheid was, toen we een stief kwartiertje op die tandem zaten. Aan de voet van de immense Golden Gate Bridge, moest meneer namelijk ‘heel nodig naar de wc’, zo reproduceert hij bij navraag nog akelig goed.

Voor mij zat er niets anders op dan het tandemtempo wat te gaan verhogen. Ietwat onbeholpen, stuurde ik met dat zware stalen ros rondom de kolossale staanders van deze reusachtige rode brug.
Bijna drie kilometer lang, had ik het tempo er goed in. Zoonlief had overigens weinig oog voor de schoonheid van de brug en het water naast zich. Hij dacht alleen maar aan ander water: plassen. ’t Was ook het woord dat hij die minuten in zijn prille leventje het vaakst uitsprak: plassen. Met de woorden ‘ik’ en ‘moet’ er voor dan… Ik passeerde een handvol Dixies op de brug. Bij allen voelde ik of het slot niet toevallig open was. Geen succes.

Toen het einde van deze ‘hoge nood-hindernis’ eindelijk in zicht kwam, werd zoonlief rustiger. Dit kwam mede doordat ik hem attendeerde op het toiletgebouwtje dat in de verte opdoemde. Na de afdaling richting Sausalito crossten we razendsnel naar dat gebouwtje toe. Het bleek een loket dat voor heel andere doeleinden gebruikt werd. Maar dit maakte zoonlief niets meer uit: hij kon het niet meer ophouden. We verdwenen snel achter ‘t bouwsel. Terwijl hij zijn blaas leegde tegen de eerste de beste boom, keek ik semi-interessant in de rondte. Luttele secondes later zie ik een camera aan het huisje bevestigd zitten. De lens letterlijk op ons gericht. Ai… Die zit er vast om de boel daar goed in de gaten te houden.

Tot op heden heeft de Amerikaanse overheid ons nog niet getraceerd. Gelukkig maar. Al bedenk ik ineens dat zo’n stukje akelig accurate ‘Herinneringen van een 7-jarige’ in dit geval natuurlijk niet echt meewerkt.

 

(Dit verhaal is in 2015 geschreven voor de website USA365)

Foto Met Een Verhaal: ‘On The Road’

Call me stupid, maar ik droomde er zeker al tientallen jaren van. Ik wilde een foto maken midden op een lange weg in Amerika. Het liefst zonder auto’s, het liefst vanuit het standpunt dat die nader te bepalen highway met karakteristieke gele streep in het midden letterlijk verdwijnt in de horizon. Ik wilde mijn eigen On The Road-foto…

We schrijven 19 april 2013, ongeveer half drie ’s middags, lokale tijd. Onze roadtrip vanuit Las Vegas is een dag of vijf oud. Mijn vrouw en ik zijn duizenden indrukken en honderden foto’s verder, onze zoon van vier jaar kijkt zijn ogen uit. Wát een vakantie. Wát een continu aaneengeregen reeks van onvergetelijke momenten. En wat staat ons allemaal nog te wachten…

We rijden over de US-163 en ik druk Sweetheart Of The Rodeo van The Byrds in de cd-speler. Het eerste nummer is een prachtige uitvoering van de Bob Dylan-song You Ain’t Going Nowhere. Ik lach een beetje om de treffende titel wanneer ik links en rechts van me kijk naar de prachtige vergezichten in de staat Utah.

Dan ineens, gebeurt het. Als door de bliksem getroffen, denk ik aan mijn droom. Wanneer ik de iconische bergpartijen van Monument Valley in de verte zie opdoemen, weet ik direct: dít is mijn kans. De zon schijnt, de lucht is mooi, de wolken zijn weelderig en zwierig als verfijnde sigarettenrook. This. Is. It. Ik stuur de huurauto richting het oranjerode zand naast de geasfalteerde weg. Dat gaat minder goed dan gedacht; de weg ligt namelijk een heel stuk hoger. De auto bonkt het zand op. Stenen zijn veel groter dan verwacht. De onderzijde van de auto rammelt en schaaft. Mijn zoontje vraagt zich hardop af wat ik aan het doen ben, mijn vrouw slaakt een angstgilletje.

Als de verkeersdrukte iets afneemt, loop ik de weg op. Mijn vrouw schreeuwt uit de auto dat ik vooral op moet schieten. Ik sta pal voor de gele streep en ga door de knieën. Ik stel scherp en druk op de ontspanknop. Zeventien tellen later zit ik weer achter het stuur. Missie geslaagd, denk ik. ‘Whoo-ee! Ride me high!’, zo zing ik vrolijk mee met McGuinn, Hillman, Parsons, Kelley en consorten. Ik doe in blinde paniek het autoportier open en grijp mijn camera die achterin de auto ligt. Ik kijk naar de weg, kijk achterom, zie talloze auto’s op me af komen. Hmmm, dat zonder auto’s-aspect van mijn aanstaande foto moet ik misschien wel op mijn buik schrijven. De passanten claxonneren, auto’s en vrachtwagens razen dicht langs me heen. Gevoelsmatig wordt de maximumsnelheid hier danig overtreden.

Weken later zit ik achter mijn computer. Avonden lang, bewerk ik de foto’s van onze machtige roadtrip door Amerika. Ik kijk naar het resultaat van mijn On The Road-highway. Nee, helemaal scherp is hij niet. Ook ben ik op z’n zachtst gezegd niet echt blij met al die Jackson Pollock-achtige strepen nieuw asfalt op de weg. Allemaal niet gezien, het was bijna letterlijk ‘in the heat of the moment’.

Toch is de foto op een bepaalde manier toch ook wel een beetje geslaagd, realiseer ik me, nu ik dit stukje tik. Al was het alleen omdat mijn droom niet ten einde is. Die perfecte On The Road-foto moet ik nog een keer maken.

(Dit verhaal is ooit geschreven voor de website USA365)